De romeinen noemden het "De angst voor de goden" ofwel Desdemona zoals de christenen het later noemden. Het bijgeloof werd door de Rooms-katholieken gezien als zonde vol, omdat het geen blijk van vertrouwen geeft in de hogere krachten van de Godheid. En daarom een schending is van de 10 geboden. In de middeleeuwen spitste het bijgeloof zich vooral toe op heksen en de duivel. Vleermuizen moesten het ontgelden en werden naast een hoefijzer levend aan de schuur gespijkerd. Dit om Satan buiten de deur te houden. Ook katten waren het kwaad zelve. In hun ogen werd Satan in eigen persoon gezien, ook de heksen zouden gretig gebruik maken van de geruisloosheid van de zwarte kat en zich zodanig vermommen. Vooral zwarte katten waren de grote boosdoeners. Ze werden daarom op grote schaal gemarteld, levend verbrand of begraven.
Dit terwijl in Egypte de kat een onfeilbare status kreeg. Juist door het speelse en onbevangen gedrag van de kat werden deze vereerd en zelfs gemummificeerd. De egyptische godin Bastet die als kat afgebeeld werd is een goed voorbeeld van welke status de kat had en heeft in Egypte.
Skinner (behaviourist)heeft dit idee genomen als een onderliggende gedachte van een onderzoek met duiven, hij leerde er een aantal afzonderlijk een ritueel aan om daarna voer te krijgen. Ook als men de duiven dan bij elkaar zetten bleven ze hun eigen ritueel herhalen zonder dat er bij een duif een lichtje ging branden dat het helemaal niet aan het ritueeltje lag opdat de duif voedsel kreeg.
In de moderne tijd hebben atheisten en agnosten een hele andere betekenis gegeven aan het woord bijgeloof. Ze vinden de religie zelf een bijgelovig en achterhaald systeem. Voor de echte rooms katholieken is bijgeloof nog steeds een kwestie van ongeloof.