Om de teksten in dit onderwerp te kunnen begrijpen moet men enkele basis principes van de filosofie kennen.
Eerst het woord filosofie. Oorspronkelijk philosophia wat te herleiden is naar twee woorden namelijk philein (liefhebben) en sophia (wijsheid). En betekent daarom in letterlijke vertaling "het liefhebben van de wijsheid". Deze betekenis dook ook weer op in de middeleeuwen in het woord "Sapienta", dat in die tijd voor filosofie stond.
In het begin van het Griekse tijdperk was er nog geen duidelijke grens te trekken tussen filosofie en andere wetenschappen over de mens. In die tijd betekende het: "elk streven naar kennis". Tot in de 9 eeuw voor Christus hield het deze betekenis totdat Alcuin het woord een uitgebreidere definitie geeft.
Het onderzoeken van /naar de oorsprong, en de kennis van menselijkheid en geestelijkheid, zover mogelijk voor de mens -"naturarum inquisitio, rerum humanarum divinarumque cognitio quantum homini possibile est aestimare".
Tegenwoordig hebben we als definitie aangenomen:
De algemene wetenschap van de dingen in het universum door de uiteindelijke vaststellingen en oorzaken of de grondige kennis over de oorzaken en de oorsprong van dingen.
De Griekse Filosofie
Er zijn twee grote stromingen die de tijd van de Grieken overheersen nl. die van de filosofen Plato en Aristoteles.
Plato verdeelt filosofie in drie takken:
| - De wetenschap van de objectieve realiteit | |
| - De manifistatie van de ideeën of realiteit | |
| - Het menselijk handelen |
Plato heeft het ook over Logica maar Aristotelis was degene die een systeem daarvoor bedacht.
De stoïcijnen namen deze ideeën over en verdeelde het als volgt:
| - De wetenschap van de objectieve realiteit | |
| - De wetenschap van de structuur van de wetenschap | |
| - De wetenschap van het morele handelen |
Dit stond bekend als Neo-Platonistisch en kwam zo in de Middeleeuwen terecht.
Aristoteles, de student van Plato, daarintegen wordt gezien als de meest didactische en tegelijkertijd de meest synthetische grondlegger van de griekse filosofie. Hij kwam met een heel nieuw en uitgebreid systeem voor de filosofie.
De wetenschap op zich werd als volgt ingedeeld:
| Natuurkunde | - De leer van lijfelijke dingen die het onderwerp van verandering zijn. | |
| Wiskunde | - De leer van toevoeging dwz. van een lijfelijk iets wat niet onderwerp is van verandering en wat apart gezien wordt van de zaak, door abstractie. | |
| Metafysica | - De leer van het bovenzinnelijke genaamd Theologie of de eerste filosofie dwz. de leer van het zijn in zijn onveranderende vorm en (of het nou natuurlijk of door abstractie is) onwezelijke vaststellingen. |
| - Ethiek | |
| - Economie | |
| - Politiek |
| - Het werk wat gemaakt wordt door de menselijke intelligentie. |
Bij alle drie kan het woord Logica gevoegd worden, waar Aristotelis de grondlegger van was, en die hij tot aan zijn dood bestudeerde.
De Middeleeuwen
In de middeleeuwen (eind 12e eeuw) werden de ideeën van Plato gebruikt en aangepast. Het werd als volgt verdeeld: Logica, Ethiek en Natuurkunde. De ideeën van Aristoteles kwamen niet aanbod omdat men simpelweg nog nooit van hem gehoord had in het westen behalve dan een aantal werken over logica en wat fragmenten met speculaties over filosofie.
De Arabische filosofen van de 12e eeuw daarentegen (Avicenna, Averroes) namen de ideeën van Aristoteles wel over, en toen hun werken -met onder andere een aantal vertalingen van grote werken van Aristoteles- het westen bereikten, werd zijn onderverdeling overgenomen en nam zijn uiteindelijke plaats in.
De Moderne filosofie
De schoolse onderverdeling heeft, met enkele uitzonderingen daargelaten, het overleefd tot de 17e eeuw. Sinds die tijd zien we een diverse onderverdelingen opkomen, waarvan oa Descartes een veroorzaker is. Kant bijvoorbeeld, onderscheidt Metafysica, Morele filosofie, religie en antropologie.
De meest geaccepteerde onderverdeling, die ook nu nog gebruikt wordt, werd gemaakt door Wolff (1679-1755), een student van Leibniz, die de leraar van Duitsland genoemd werd in de 18e eeuw.
De onderverdeling ziet er als volgt uit:
Filosofie Nu
De impuls die gegeven werd door filosofie tijdens de laatste periode van de vorige eeuw gaf een opkomst van nieuwe filosofische wetenschappen, in de zin dat sommige takken zich in meerdere onderdelen splitste. In de Psychologie is het onderscheid het grootst geworden. Onderdelen als epistemologie (de leer van de zekerheid van het weten) heeft zich ontwikkeld als aparte studie, maar ook Didaktiek (de leer van het leren/ onderwijzen) en Pedagogie (de leer van het opvoeden) zijn een vak op zich geworden. Een aftakking van de Logica is methodiek (de leer van de speciale logische formaties van verschillende wetenschappen) geworden.