In de 4e eeuw v.C. verspreidde de Babylonische astrologie zich naar de Grieken en Romeinen, alwaar het een sterke positie kreeg in de naties en groeperingen. Vooral in Egypte, dat het hoofdgebied van de Griekse en Romeinse invloeden was. Deze verspreiding was een bijverschijnsel van de opkomst van een echte wetenschappelijke fase van de astronomie in Babylonië zelf. Dit verzwakte de positie van de astrologie op de priesters en mensen zelf. Andere factoren die invloed hadden op de afzwakking van de oude geloven waren de Perziërs die een hele ander geloofssysteem introduceerde.
Astrologie en astronomie werden, hoofdzakelijk door de Grieken en later de Egyptenaren, tot ver over de grenzen verspreidt.
De Griekse astronoom Hipparchus heeft in 120 v.C. de theorie van precisie van de equinoxen geperfectioneerd; maar zo'n vooruitgang in de pure wetenschap voorkwam niet dat de Grieken op een uitvoerige manier een theorie bedachten over de invloed van planeten op het lot en op een persoon. De poging om een horoscoop te trekken van een persoon, met als uitgangspunt de geboortedatum (of zoals sommige zelfs probeerde, de conceptiedatum) en de positie van de sterren op dat moment, was voor het grootste gedeelte van Griekse komaf. Dit systeem is later geperfectioneerd.
Dit systeem werd ook opgenomen door de Arabische astronomen. Het werd belichaamd in de Kabbalistische overlevering van de Joden en Christenen, en werd zo een onderdeel van de astrologie in de middeleeuwen.
Het lot van een persoon leidde tot een associatie van de planeten met delen van het lichaam, de lichaamsdelen werden verbonden aan een type wat goed bij de eigenschappen paste. Ram = hoofd en Vissen = voeten. Door elk lichaamsdeel aan een dierenteken te verbinden, wist men ook waar men het gevoeligst was op lichamelijk gebied.
In de middeleeuwen en in de renaissance werden astrologen wiskundigen genoemd. Het waren vreemde tijden, astrologen regeerden met hun doomvoorspellingen en kregen soms een martelaar status als hun voorspellingen waar of onwaar waren. Maar de astrologen deden geen moeite om überhaupt naar de sterren te kijken, ze beoefende de kunst van het handlezen uit en tekenden laten een bijpassende horoscoop.